Gamemonitor kopen: waar moet je op letten?
Gamemonitors worden verkocht op getallen: hertz, milliseconden, nits. Die getallen zijn niet allemaal even eerlijk gemeten, en de hoogste waarde is zelden de beste keuze voor jouw opstelling. Deze gids zet de afwegingen op een rij.
Begin bij je videokaart, niet bij de monitor
Een monitor van 240 Hz levert niets op als je systeem in jouw games 80 beelden per seconde haalt. Kijk dus eerst wat je hardware realistisch produceert bij de resolutie die je wilt spelen, en kies de monitor daarop. Anders betaal je voor een specificatie die je nooit aanspreekt.
Resolutie en formaat horen bij elkaar
- 1920×1080 is prima tot ongeveer 24 inch. Daarboven worden pixels zichtbaar.
- 2560×1440 is de gangbare balans voor 27 inch: merkbaar scherper, en nog haalbaar voor veel videokaarten.
- 3840×2160 vraagt fors meer rekenkracht en is vooral zinvol vanaf 32 inch.
- Ultrawide geeft meer overzicht, maar niet elke game ondersteunt de beeldverhouding netjes.
Verversingssnelheid
De sprong van 60 naar 120 of 144 Hz is voor vrijwel iedereen direct zichtbaar en het meest waardevolle wat je kunt doen. De stap daarna, van 144 naar 240 Hz of hoger, levert veel minder op en is vooral relevant bij competitieve shooters.
Responstijd: wees kritisch op het getal
Opgegeven responstijden van “1 ms” zijn vrijwel altijd gemeten onder de gunstigste omstandigheden (grijs-naar-grijs, met maximale overdrive). Dat zegt weinig over hoe de monitor in de praktijk presteert, en overdrive te ver opendraaien geeft juist zichtbare nalichtende randen. Onafhankelijke metingen zeggen hier meer dan het doosje.
Paneeltypes
- IPS: goede kleuren en kijkhoeken, inmiddels ook snel genoeg voor gamen. Zwart oogt wat grijzig.
- VA: beter contrast en diepere zwartwaarden, maar kan nalichten bij donkere beelden.
- TN: nog altijd het snelst en goedkoopst, maar met duidelijk slechtere kleuren en kijkhoeken.
- OLED: perfect zwart en zeer snelle reactietijd. Let op de prijs en op inbrandrisico bij statische elementen zoals interfacebalken.
Adaptive sync
Deze techniek laat de monitor zijn verversing meebewegen met wat de videokaart aanlevert, waardoor je geen scheurend beeld krijgt. Vrijwel elke moderne monitor heeft het onder de naam FreeSync of G-Sync. Controleer of de variant werkt met jouw videokaart, en binnen welk bereik hij actief is.
HDR: let op de praktijk
Veel monitors dragen een HDR-label terwijl ze de helderheid en lokale dimming missen om er iets mee te doen. Een basiscertificering zonder echte zonering levert doorgaans een vlakker beeld dan gewoon SDR. Wil je HDR dat iets toevoegt, kijk dan naar modellen met veel dimzones of een OLED-paneel.
Checklist
- Wat haalt je systeem werkelijk aan beelden per seconde?
- Passen resolutie en schermformaat bij elkaar?
- Heb je onafhankelijke metingen van de responstijd bekeken?
- Werkt adaptive sync met jouw videokaart?
- Zitten de juiste aansluitingen erop voor de gewenste resolutie en hertz?
- Is de standaard in hoogte verstelbaar, of heb je een aparte arm nodig?